RFID werd al toegepast tijdens de Tweede Wereldoorlog om vliegtuigen te identificeren. Pas de laatste jaren is de toepassing van de kleine op afstand afleesbare chips binnengedrongen in bijvoorbeeld het logistieke traject. En nu stapt de RFID-technologie ook ons dagelijkse leven in. Neem bijvoorbeeld de OV-chipkaart of toegangssystemen op kantoren. We gebruiken RFID dan als portemonnee of elektronische sleutel. En dat is alleen maar makkelijk. Maar realiseren we ons ook dat RFID-systemen net als internet en telefoonverkeer 'digitale voetsporen' achterlaten? En dat deze sporen gevolgd kunnen worden? Tot nu toe vertellen deze sporen nog niet zoveel over de gebruiker van de RFID-toepassing. Maar dat kán veranderen. Hebben we dan over 20 jaar geen privacy meer?
U begrijpt: de ontwikkeling rond RFID in ons publieke domein wordt met argusogen gevolgd. De vraag is of de huidige balans tussen gemak voor de gebruiker en controle voor de RFID-beheerder (bijvoorbeeld de NS of een kantoor) nog wel gehandhaafd kan blijven en aanpassingen op het gebied van wet- en regelgeving noodzakelijk worden. Harm Brouwer (voorzitter College van procureurs-generaal) stelt dat RFID zorgt voor meer sporen waardoor meer misdrijven kunnen worden opgelost en de veiligheid in onze samenleving wordt verbeterd. Maar daarbij zegt hij ook dat bij het gebruik van gegevens de privacy van het individu moet worden afgewogen tegen de veiligheid van de maatschappij.
Deze moeilijke belangenafweging was de inzet van een vurige discussie tussen de Tweede Kamerleden Attje Kuiken (PvdA), Arda Gerkens (SP), Jos Hessels (CDA) en Fred Teeven (VVD) tijdens het seminar RFID & Opsporing dat ECP.NL, het Rathenau Instituut en RFID Platform Nederland op 4 april organiseerden. Hoewel alle Kamerleden de voordelen en mogelijkheden van RFID voor de opsporing onderkenden hadden zij duidelijk verschillende standpunten over de uiteindelijke toepassing van RFID. Fred Teeven (VVD) stelde dat de privacy geen "mistgordijn mag worden voor criminelen". De mogelijkheden van RFID in de opsporing moeten volgens hem dan ook waar mogelijk benut worden. Arda Gerkens plaatste haar vraagtekens bij de effectiviteit van grote databases gevuld met RFID gegevens. Attje Kuiken hamerde op het belang van transparantie van RFID toepassingen voor de burger. Jos Hessels vond het met name van belang dat we niet uit het oog moeten verliezen hoeveel voordelen RFID voor Nederland kan hebben.
Een ding waar alle Kamerleden het over eens waren is dat nadere discussie en bewustwording rondom het onderwerp RFID nodig is. Volgens de Kamerleden moet er dan ook eerst een maatschappelijk discussie worden opgezet over wat maatschappelijk verantwoord is bij het gebruik van RFID-gegevens voor opsporingsdoeleinden. ECP.NL, het Rathenau Instituut en RFID Platform Nederland onderstrepen deze conclusie en zullen hun best doen om het debat in Nederland verder te stimuleren.
| >>>> Bron | » www.logistiek.nl |

