Volledig geautomatiseerd innamesysteem in centrale bibliotheek van Amsterdam
De Centrale Bibliotheek van Amsterdam verhuist naar het Oosterdokseiland en opent op zaterdag 7 juli de deuren. De bieb beschikt over een volledig geautomatiseerd boekentransportsysteem inclusief sorteermachines. Waar een boek eerst van inname tot op de plank door negen paar handen ging, is nu slechts een persoon nodig om het uitgeleende exemplaar terug op zijn plaats te krijgen.
Het nieuwe bibliotheekgebouw, ontworpen door de Nederlandse architect Jo Coenen, telt acht verdiepingen met 750 000 boeken, tijdschriften, cd's en dvd's. In het magazijn staan op boekenplanken met een totale lengte van 25 km nog eens 1,5 miljoen exemplaren. Automatiseringsbedrijf v.d. Brandt ontwikkelde voor de bibliotheek een systeem en software om boeken vanaf vijf centrale inleverpunten te sorteren en te transporteren naar de gewenste verdieping. Omdat alle boeken van de Amsterdamse bibliotheken sinds dit jaar zijn voorzien van RFID-labels (Radio Frequency Identification), kan het bibliotheeksysteem, zoals de geautomatiseerde catalogus heet, informatie toekennen aan de chips. Zo weet de sorteermachine waar het boek moet staan. 'Het grote voordeel van RFID is dat we de boeken nu ook op thema kunnen zetten', zegt Candy Duinker, projectleider Bibliotheekvernieuwing bij de Openbare Bibliotheek Amsterdam. 'Vroeger moesten boeken altijd op naam of op nummer op de plank staan om kwijtraken te voorkomen. Nu kunnen we ze tijdelijk een ander nummer en dus een andere plek toekennen in het bibliotheeksysteem.' Ook is het mogelijk om boeken die kwijt zijn, op te sporen. 'We hebben een apparaatje dat een geluidssignaal geeft zodra het zoekgeraakte boek zich binnen een straal van 15 cm bevindt', geeft Duinker aan.
SCANNEN Wanneer de klant boeken terugbrengt naar de Centrale Bibliotheek in de hoofdstad, gaat hij naar een van de vijf geautomatiseerde innamepunten op de begane grond. De machines zijn in staat om een stapel items - boeken, cd's of dvd's - tegelijk in te nemen. Twee antennes scannen de stapel om het aantal exemplaren vast te stellen, en vragen vervolgens de RFID-gegevens op bij de computer. 'De klant krijgt op het scherm te zien welke boeken hij heeft ingeleverd en kan een bon opvragen', vertelt Duinker. 'Daarna is hij klaar.' Een distributiesysteem van lopende banden en zuignappen zorgt ervoor dat de boeken in de goede positie voor een van de twee paternosterliften komen te liggen. De liften hebben beide 63 bakjes die allemaal zijn voorzien van een eigen code. Die code wordt gecombineerd met de RFID-gegevens van het boek, zodat de computer weet welke exemplaren in welk bakje zitten. De computer stuurt deze informatie door naar stations die op elke verdieping staan en die dankzij de codes weten welke bakjes voor hen zijn bestemd. Sensoren registreren of het liftbakje op de goede hoogte hangt. Zodra dat het geval is en de bak langs de juiste verdieping komt, kantelt het station het bakje met behulp van een soort arm, zodat de boeken in de sorteermachine terechtkomen. Deze machine leest de RFID-chips en verdeelt de boeken over zes planken. 'Dan is het enige punt bereikt waar een medewerker aan te pas moet komen', laat Duinker weten. Die medewerker koppelt een trolley aan de planken om de boeken naar de juiste plaats in de kast te rollen. 'De rest van de tijd kan het personeel zich bezighouden met andere werkzaamheden.'
|